Beluister deze pagina met proReader

Jeugdzorg Anders - Dilemma's

Discussie en nadere uitwerking

Er blijven nog vier dilemma’s over die om discussie en nadere uitwerking vragen.


Moet het recht op jeugdzorg vervallen, beperkt of gehandhaafd?

In de Wet op de Jeugdzorg in 2005 werd het recht op jeugdzorg vastgelegd. Maar volgens de evaluatie van de Wet op de Jeugdzorg lijkt dat recht goede en snelle hulp voor kind en ouder(-s) juist te bemoeilijken, mede door de indicatiestelling die hieraan verbonden is (zie knelpunt 3).
De vraag is of het recht op jeugdzorg moet worden gehandhaafd of beperkt. Is het realistisch om er voorwaarden aan te stellen? Zoals bijvoorbeeld voldoende aanbod van passende en tijdige vroeghulp (zie knelpunt 1) en dit recht – in ieder geval vooralsnog – te beperken tot de zwaardere vormen van jeugdzorg? Zou uitgangspunt van de geïndiceerde jeugdzorg de vraag moeten zijn: “heeft het kind deze zorg werkelijk nodig?” in plaats van “heeft het kind recht op deze zorg?” Is dit verschil in vraagstelling wellicht mede een oorzaak van de toenemende vraag naar geïndiceerde jeugdzorg?


Problemen stoppen niet plotsklaps bij 18 jaar

Bij knelpunt 7 is al aangegeven dat de geïndiceerde jeugdzorg – naar voorbeeld aan de preventieve jeugdzorg - verlengd dient te worden tot 23 jaar, met uitloop naar 27 jaar (conform de leeftijdsgrens voor Wajong).
De Onder Toezicht Stelling (OTS)/voogdij vervalt bij 18 jaar, als  een kind meerderjarig wordt. Dat is een zeer onwenselijke situatie als de jongere onvoldoende zelfstandig kan participeren in de maatschappij of als gevaar dreigt voor verder afglijden. 
Hoe is dit te ondervangen? Of creëren de oplossingen hiervoor onwenselijke andere situaties? En is dit een typisch voorbeeld van kiezen uit twee kwaden?


Kunnen gemeenten de extra taak aan?

Om de continuïteit van zorg beter te garanderen bevelen we aan de geïndiceerde jeugdzorg op termijn over te hevelen naar gemeenten. Dit vraagt om een zorgvuldige voorbereiding en implementatie in goed overleg met de gemeenten; een proces dat jaren, wellicht een decennium, zal vereisen. Het bij de gemeenten neerleggen van de verantwoordelijkheid voor de inkoop van duurdere gespecialiseerde zorg (al dan niet in samenwerkingsverband) is een prikkel om te investeren in preventie; in adequate eerstelijnszorg. Dat is goed voor kind/ouder(-s) en kostenbeheersing.
Daarvoor is wel een zeker schaalgrootte nodig. Voor een goed geïndiceerd zorgaanbod moet gedacht worden aan een schaalgrootte van tussen de 300.000 en 500.000 inwoners. Op te kleine schaal een dergelijk zorgaanbod organiseren betekent verschraling van de kwaliteit van zorg. Ook bestuurlijke samenwerking is noodzakelijk om een gedeelde visie te ontwikkelen. 
De vraag is hoe de bestuurskracht die dit vereist geregeld kan worden, kijkend naar de huidige schaalgrootte van gemeenten. Het onderbrengen van de gekoppelde taken van de preventieve en de geïndiceerde jeugdzorg bij de gemeenten dient te gebeuren ná een aanzienlijke opschaling van zowel gemeenten als provincies. 
Opschaling naar respectievelijk bestuurkrachtige gemeenten en landsdelen, zodat een goed evenwicht ontstaat tussen omvang en taken van beide bestuurslagen. Dán kunnen gemeenten als gelijkwaardige samenwerkingspartners in een samenwerkingsverband werken. Samen kan dan een effectief jeugdzorgaanbod worden gerealiseerd, waarbij burgers voldoende inspraak hebben en er sprake is van politieke controle. Dit sluit aan bij de visie van D66 op de bestuurlijke herinrichting van Nederland tot een democratische, efficiënte en effectieve organisatie van ons bestuurlijk systeem. 
Daarbij is het niet ondenkbaar dat er (vooralsnog) voor een  taakdifferentiatie wordt gekozen en dus tot gefaseerde invoering wordt overgegaan. In de Randstad zijn immers andere problemen, behoeften en oplossingen dan in bijvoorbeeld de kleinere provincies met een sterke ‘eigenheid’.


Extra dilemma: zeer specifieke zorg

Een extra dilemma vormt de zeer specifieke zorg voor specifieke doelgroepen, zoals bijvoorbeeld het zeer specifieke ambulante programma PMTO  en de gesloten residentiële zorg.  Zorg die je voor een effectieve interventie alleen rendabel kan aanbieden  op een schaalgrootte die de  schaalgrootte van 300.000 á 500.000 (ruim) overschrijdt, maar soms ook de huidige provinciegrenzen.  
Kan dergelijke zorg bij een extra groot samenwerkingsverband van gemeenten worden ondergebracht (‘shared services-constructie’) of dient dit op rijksniveau te worden georganiseerd, onder verantwoordelijkheid van het Ministerie van Jeugd en Gezin?
Hoe wordt bij  een dergelijk samenwerkingsverband  de  verantwoordelijkheid voor het functioneren (kwaliteit) en de hoeveelheid plaatsen (kwantiteit) geregeld? Het rijksniveau heeft als nadeel dat meer persoonlijke casuïstiek in de Tweede Kamer terechtkomt: politiek en media zullen meer hun schijnwerpers richten op incidenten. Dat is een onwenselijke ontwikkeling.


print pagina Mail een vriend

weblog van marusjka

www.marusjkalestrade.nl.gif

  • Bijdrage van Tineke over Verordening Ruimte Vandaag PS-vergadering met veel onderwerpen op de agenda. Een van de belangrijkste is de Verordening ...    
  • OBL De besluitenlijst van GS van vandaag onder ‘more’: 11 punten waarvan 4 over stat ...    



Agenda

Overleg fractievoorzitters B5 en statenfractie

16-5-2012Overleg fractievoorzitters B5 en statenfractie aanvang 20.00 uur Namens de D66 statenfractie is Marusjka Lestrade a...
Lees meer

Inspiratiebijeenkomst Stad en Platteland op de Floriade

23-5-2012Inspiratiebijeenkomst Stad en Platteland op de Floriade Venlo Namens D66 zijn aanwezig Marusjka Lestrade en Tineke K...
Lees meer

Symposium GLB, wat doen we er in Brabant mee?

25-5-2012Symposium GLB, wat doen we er in Brabant mee? Locatie: ZLTO gebouw 's-Hertogenbosch Namens D66 neemt Tineke Klitsie...
Lees meer

Fractievergadering

29-5-2012Fractievergadering aanvang 19.30 uur, Provinciehuis
Lees meer
RSS
 


Volg D66brabant op Twitter


online netwerken

Regio

 


Landelijk