Jeugdzorg Anders - jeugdzorg in een feitelijk kader geplaatst
Enkele cijfers en percentages
In Nederland wonen circa 3,6 miljoen 0-18 jarigen
Met circa 85% gaat het goed.
Circa 10 % heeft lichte problemen.
Circa 3 tot 5 % heeft ernstige problemen.
Het streven naar een duurzame jeugdzorg heeft vooral betrekking op de laatste groep kinderen. Het gaat dus om een relatief kleine groep kinderen, maar de maatschappelijke impact van de problematiek is groot.
Van de circa 3 tot 5 % met ernstige problemen:
Maakt 75% gebruik van één zorgondersteuning.
Maakt circa 15% stabiel gebruik van zorgcombinaties (bv jeugzorg in combinatie met speciaal onderwijs).
Maakt maximaal 10 % gebruik van diverse zorgondersteuning met vele wisselmomenten ('zoekende naar juiste zorg, geen effectiviteit'). Deze kinderen krijgen niet de zorg die nodig is:
Onvoldoende vroeghulp (preventie)
Onvoldoende nazorg
Geen passende zorg meervoudige problematiek
Sinds 2002 blijkt het aantal kinderen dat zorg afneemt niet te zijn gegroeid. Wel neemt datzelfde aantal kinderen steeds meer jeugdzorg af. Dat zijn met name de kinderen die in deze categorie vallen.
70% van de ouders
weet zich soms geen raad met de opvoeding.
1,1 miljard
In 2009 wordt alleen al voor de Bureaus Jeugdzorg en de (geïndiceerde) jeugdzorg 1,1 miljard uitgegeven.
Wie doet wat?
Verantwoordelijkheid gemeenten: preventieve jeugdzorg
- Jeugdgezondheidszorg (consultatiebureaus, GGD (schoolarts))
- 5 WMO-functies:
- Informatie & advies
- Signalering
- Toeleiden naar hulp
- Licht pedagogische hulp
- Coördinatie van zorg (o.a. maatschappelijk werk, gezinscoaching en opvoedondersteuning)
Onder meer deze taken dienen per 2011 onderdeel uit te maken van een Centrum voor Jeugd en Gezin (CJG).
Verantwoordelijkheid provincies: (geïndiceerde) jeugdzorg:
- Garanderen recht op ambulante hulp, dagbehandeling, residentiële zorg, pleegzorg
- Bedrijfsvoering bureau jeugdzorg
- Ketenregie (aansluiten van geïndiceerde jeugdzorg op preventie jeugdzorg)
- Uitvoering justitiële jeugdzorg:
- Jeugdbescherming ((gezins-)voogdij),
- Jeugdreclassering (ook dit is ondergebracht bij BJZ en dus onderdeel van de zorgketen voor jeugdigen)
NB: het besluit tot justitiële jeugdzorg valt onder de verantwoordelijkheid van de rechterlijke macht (Ministerie van Justitie)
Bureau Jeugdzorg en Centrum voor Jeugd en Gezin (CJG)
Bureau Jeugdzorg (BJZ)
- Kerntaak van Bureau Jeugdzorg is:
- het garanderen van noodzakelijke bescherming voor kinderen die in hun ontwikkeling bedreigd zijn.
- het organiseren van de juiste zorg.
- Als back office achter het Centrum voor Jeugd en Gezin (CJG) bespreekt, indiceert en coördineert BJZ de aanpak van complexe (gezins)problemen. BJZ zorgt daarbij voor:
- Toeleiding naar geïndiceerde jeugdzorg.
- Uitvoering Jeugdbescherming ((gezins-)voogdij), jeugdreclassering (op grond van een besluit hiertoe door de rechterlijke macht).
- Onderzoek zorgmeldingen en vermoedens van kindermishandeling die via het Advies- en Meldpunt Kindermishandeling (AMK ) binnen komen.
- BJZ voert de kerntaak uit op basis van de Wet op de Jeugdzorg.
BJZ mag ook indiceren voor Jeugd Geestelijke Gezondsheidszorg (JGGZ) maar in de regel verwijst de huisarts vaak door naar deze zorg (betaald door de zorgverzekaar). Het was bij de totstandkoming van de Wet op de jeugdzorg in 2005 de bedoeling van de wetgever om doorverwijzen naar de Jeugd Licht Verstandelijke Gehandicptenzorg (JLVG) op termijn over te brengen naar BJZ. Doorverwijzing naar deze door de Algemene Wet Bijzondere Ziektenkosten (AWBZ)-gefinancierde zorg gebeurt tot op heden door het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ).
Centrum voor Jeugd en Gezin (CJG)
- Doelstelling van een CJG is het verbinden, verbeteren en versterken van bestaande dienstverlening aan ouders en jeugdigen. Uitgangspunt hierbij is de ondersteuning van behoeften van jeugdigen en ouders op het terrein van respectievelijk opgroeien en opvoeden. Het uitgangspunt is dus nadrukkelijk niet een extra systeem dat zorgt voor meer bureaucratie, integendeel.
- CJG is een groeimodel met ruimte voor lokaal maatwerk; een CJG in bijvoorbeeld een welvarende wijk in Wassenaar heeft andere behoeften dan een CJG in een achterstandswijk in Rotterdam. Bedoeling is dat elke gemeente in 2011 een basismodel CJG heeft.
- De vorming van een CJG naar in 2011 verplicht basismodel brengt de volgende schakels van de zorgketen voor jeugd samen:
- Jeugdgezondheidszorg (consultatiebureaus, GGD (schoolarts)).
- Schakel met BJZ.
- Schakel met onderwijs (via Zorg en AdviesTeams (ZAT’s)).
- De 5 Wet Maatschappelijke Ontwikkeling (WMO)- functies:
a. informatie en advies
b. signaleren
c. licht pedagogische hulp (o.a maatschappelijk werk, opvoedingsondersteuning)
d. toeleiding naar het hulpaanbod,
e. coördinatie van zorg.
- Gemeenten kunnen er voor kiezen om naast een CJG ook een jongeren informatie punt (JIP) in te stellen voor vragen die betrekking hebben over opgroeien (sexualiteit, pesten etc..). De keuze om dit los te koppelen van CJG’s wordt gemaakt omdat een CJG als onaantrekkelijk door jongeren wordt ervaren. Een JIP is doorgaans digitaal verbonden aan een CJG.
- Het wetsvoorstel om de CJG’s wettelijk te verankeren ligt momenteel (december 2009) bij de Tweede Kamer voor behandeling.




word lid






