Beluister deze pagina met proReader

Jeugdzorg Anders - Inleiding

Korte historie

De huidige Wet op de jeugdzorg (Wjz), sinds 2005 van kracht, is het resultaat van bijna honderd jaar kinderwetten.

1989

De eerste echte voorloper van de huidige wet werd in 1989 van kracht: de Wet op de jeugdhulpverlening. Leidend was het ‘zo-zo-zo-principe’ : zo dichtbij mogelijk, zo kort mogelijk en zo licht mogelijk. Overal ontstonden lokaties en instellingen om kinderen op te vangen en te helpen. Gevolg: een onduidelijke situatie, te veel en te kleine zorgaanbieders (verkokering en versnippering). 

1994-1998

In 1994 verscheen het kabinetsstandpunt ‘Regie in de jeugdzorg’, waarna landelijk een begin werd gemaakt met de oprichting van Bureaus Jeugdzorg (BJZ). In 1998 werden de Bureaus Jeugdzorg verankerd in een nieuwe wet; hoofddoel was een meer cliëntgerichte en samenhangende jeugdzorg. 

2005-2010

Op 1 januari 2005 is de Wjz van kracht geworden. Die bepaalt dat er 1 centrale toegang tot de jeugdzorg is:  Bureau Jeugdzorg. Hierin geïntegreerd zijn (gezins)voogdij-instellingen, jeugdreclassering en het Advies- en Meldpunt Kindermishandeling (AMK). In de wet werd het recht op jeugdzorg vastgelegd. Beoogd werd een betere regie op de zorgketen en een omslag van aanbodgestuurde naar vraaggestuurde zorg. Ook werd in de Wjz de gezinscoach geïntroduceerd.
Het duurt lang voordat kinderen in de jeugdzorg terecht komen. Als ze  eenmaal ‘binnen’ zijn, laat de versnipperde hulp lang op zich wachten. Prognoses geven aan dat de wachtlijsten bij onveranderd beleid de komende jaren met 8 á 9 % blijven groeien.

Afrekening op productie per schakel

Er is een steeds verdergaande taakverdeling tussen verschillende sectoren en instanties (onafhankelijke schakels). De afrekening is gebaseerd op de productie per schakel, niet op het resultaat van de behandeling. 

EKD en VIR

De dood van de Alphense peuter Savanna (september 2004) bracht een schok teweeg in de maatschappij. Het maakte duidelijk dat de instanties binnen de hulpverlening veel beter moeten samenwerken. Het Elektronisch Kinddossier (EKD) en de Verwijsindex Risicojongeren (VIR)  werden ontwikkeld. 

2010 en verder

De inzichten in de jeugdzorg lijken in een stroomversnelling te zijn geraakt;  de vele onderzoeksrapporten, publicaties en diverse opinievormende artikelen onderstrepen dit (zie bijlage II). 
Het eindrapport van het evaluatieonderzoek van de Wjz, uitgevoerd in opdracht van het Ministerie van Jeugd en Gezin, is een van de slotstukken van een reeks onderzoeken/publicaties die in 2009 zijn verschenen. Hoofdconclusies zijn: 
  • De financiering van de jeugdzorg, JGGZ en JLVG en de wijze waarop hulpverleners de zorgbehoefte beoordelen zijn de grootste belemmeringen om kinderen met ernstige problemen goede hulp te geven. 
  • Het recht op jeugdzorg bemoeilijkt goede en snelle hulp voor cliënten, door de indicatiestelling die veel tijd kost . Daarom dient dat recht ter discussie te worden gesteld, luidt de conclusie. 

Het demissionair kabinet zal naar waarschijnlijkheid in april alsnog haar visie op de toekomst van de zorg voor jeugd geven. De vraag of er opnieuw een  stelselwijziging moet komen staat in bestuurlijk Nederland weer prominent op de agenda.


Het kind centraal? Een idee-fixe…

In de jeugdzorg zou ‘Het kind centraal’ staan. Dit is een idee-fixe. Niet het kind staat als klant centraal maar de inkopende overheid.

Wie is de klant?

De vraag van het kind zou maatgevend en dus leidend moeten zijn voor de instellingen. Het probleem is echter dat niet het kind, maar de overheid de (betalende) klant is. En dat dus de vraag van de overheid leidend is.

Overheid vraagt en betaalt

In de jeugdzorg is een zekere mate van marktwerking doorgevoerd. De bedoelingen waren goed: efficiënter en meer resultaatgericht werken. Maar het door de overheid gevraagde en betaalde product stemt lang niet altijd overeen met dat wat jeugd en ouders (de echte klanten) willen: een behandeling met resultaat.
De overheid koopt slechts onderdelen in die vaak niet op elkaar passen. De afrekening is gebaseerd op productie per schakel, niet op resultaat van de totale behandeling.

Gefuseerde organisaties 

Instellingen zijn gefuseerd vanwege de complexiteit van het –door de overheid gevraagde- product en de schaalgrootte van levering. Deze gefuseerde organisaties produceren diensten waar de werkelijke klanten (jeugd en ouders) lang niet altijd op zitten te wachten, maar die de betalende klant (de overheid) wel grif afneemt. 

Groei en winst

De organisaties zijn bedrijven geworden die van de overheid afhankelijk zijn voor de afname van hun producten. Bedrijven die intrinsieke groeiprocessen kennen op het gebied van omzet en winst. De organisaties binnen de jeugdzorg hebben belangen die in de praktijk een grotere rol kunnen spelen dan de doelstelling zoals in visies opgenomen. 

Groei centraal? 

Bij alle organisaties is 'het kind centraal' het uitgangspunt en worden de werkzaamheden daarop afgestemd. Het ontbreekt de medewerkers niet aan compassie voor die doelstelling. Maar voor instellingen die als meer marktgerichte bedrijven worden gerund, geldt dat groeien van levensbelang is om de organisatie in stand te houden. 
Als groei gebaseerd is op het leveren van resultaat na behandeling, hoeft dat geen probleem te zijn. Dat is waar kinderen en ouders werkelijk op wachten. Maar nu leveren de organisaties aan de overheid schakels van diensten die wel voor kinderen worden ontwikkeld, maar niet jeugd en ouders als klant beschouwen. De jeugdzorgorganisaties stellen wel degelijk hun klant centraal, het probleem is alleen dat het kind vaak de klant niet is.


Wachtlijsten

Sinds 2005 bestaat een wettelijk recht op jeugdzorg, als BJZ hiervoor een indicatie heeft gesteld. Deze zorg moet aan bepaalde voorwaarden voldoen en op tijd beschikbaar zijn. Als de wettelijke termijnen overschreden worden, spreken we van een wachtlijst.

Wettelijke termijnen

  • Bij meldingen kindermishandeling moet het onderzoek binnen 5 dagen van start.
  • De doorlooptijd tussen aanmelding en indicatiestelling mag maximaal 70 dagen duren.
  • Na indicatiestelling moet de zorg binnen 9 weken beginnen.
Degelijke cijfers over wachtlijsten ontbreken veelal; er zijn dubbeltellingen en definitiekwesties. Het versneld oplossen van de ene wachtlijst kan tot een toename op een andere wachtlijst leiden; de wachtlijsten moeten worden gezien als communicerende vaten.

Oorzaken wachtlijsten

Sommige oorzaken van wachtlijsten zijn nauwelijks te beïnvloeden:
  • De maatschappij wordt steeds ingewikkelder en vraagt meer van kind/ouder(s) 
  • Het systeem van jeugdzorg verkoopt zich steeds beter:
  1. Er is veel (media-)aandacht voor de jeugdzorg.
  2. Sinds 2007 is er een minister van Jeugd en Gezin.
  3. Campagnes kindermishandeling.
  4. Artsenvereniging KNMG legt artsen nieuwe meldcode op.
  • Er wordt meer zorgaanbod ontwikkeld, dit genereert meer vraag.
  • Wat  vroeger ‘normaal’ was, kan nu in de maatschappij worden gezien als probleem (medicaliseren van problemen).
  • Duidelijke toename psychische zikektebeelden (b.v. schizofrenie).
  • Wachtlijsten genereren wachtlijsten.
Andere oorzaken zijn wel te beïnvloeden:
  • Toestroom naar geïndiceerde zorg wordt onvoldoende afgevangen door passende en tijdige vroeghulp;.
  • Geformaliseerde nazorg ontbreekt nagenoeg, waardoor een draaideureffect onstaat als men na uitbehandeling een herhaald beroep op jeugdzorg doet.
  • De verplichte indicatiestelling - die dient als zorgbewaker - zorgt voor extra lange wachttijden. De geïndiceerde zorg is op het moment dat deze beschikbaar komt niet altijd meer de juiste zorg. De problematiek kan verergerd zijn waardoor zwaardere en duurdere zorg nodig is. 
  • Verschillende financieringsstromen (door schotten tussen verschillende soorten zorg) belemmeren samenwerking en geven geen prikkel om zorg eerder (preventief) goed te regelen.
  • Het financieren van wachtlijsten is perverse prikkel; het houdt wachtlijsten in stand. 
  • Drie overheidslagen zijn betrokken bij de preventieve en geïndiceerde jeugdzorg. Dat compliceert de zorgcoördinatie, doorzettingsmacht en eindverantwoordelijkheid. 
  • Er is een tekort aan gekwalificeerd personeel.
  • Er is onvoldoende capaciteit voor specialistische zorg in de gesloten residentiële zorg.


print pagina Mail een vriend

weblog van marusjka

www.marusjkalestrade.nl.gif




Agenda

Lunch met Britse ambassadeur

8-2-2012Lunch met Britse ambassadeur aanvang 12.30 uur, Provinciehuis Namens D66 neemt Marusjka Lestrade deel.
Lees meer

"5 Pijlers van D66" deel 2 Marietje Schaake

9-2-2012Reeks "5 Pijlers van D66", deel 2 Marietje Schaake Richtingwijzer: Denk en handel Internationaal De Jonge Democ...
Lees meer

Commissievergaderingen

10-2-2012Commissievergaderingen aanvang 9.30 uur, provinciehuis
Lees meer

Presidium

13-2-2012Presidium aanvang 18.00 uur, Provinciehuis Namens D66 neemt Marusjka Lestrade deel.
Lees meer
RSS
 


Volg D66brabant op Twitter


online netwerken

Regio

 


Landelijk