verkiezingsprogramma - gebruik van de ruimte
Structuurvisie ruimtelijke ordening
Brabant is al lang niet meer de provincie van de rustige kleine
dorpjes, de bescheiden steden, de gemengde landbouwbedrijven en de
eindeloze heide en bossen. In Brabant is een hard gevecht om de ruimte
gaande. Een gevecht om meer ruimte voor bedrijven, voor woningbouw,
voor recreatie en voor infrastructuur. Het provinciale streekplan geeft
sturing aan dit proces. En de uitwerking in regioplannen biedt de
(sub)regio’s duidelijkheid over wat de ontwikkelmogelijkheden zijn. D66
ziet twee bedreigingen. In de eerste plaats geeft de nieuwe wet op de
ruimtelijke ordening minder sturing door het Rijk. Het Rijk laat de
kwaliteit van de ruimte over aan de gemeenten. D66 vindt echter dat de
provincie een belangrijke taak heeft om de ruimte in Noord-Brabant goed
te ordenen, zowel nu als in de toekomst. Niet als superregelgever, maar
vooral als belangenafweger. Daarbij spelen thema’s op het gebied van de
bescherming van kwetsbare waarden (zoals natuurgebieden,
stiltegebieden, de laatste open ruimten). Ook is er de rol van
ontwikkelaar van zaken die de gemeenten niet automatisch oppakken. D66
wil dat de provincie een ‘Omgevingsplan’ maakt, waar alle ruimtelijke
en milieubelangen afgewogen zijn. Van belang zijn daarbij de
ontwikkeling en invulling van toekomstvaste regionale plannen, die
passen in het toekomstperspectief van de (sub)regio. In deze plannen
moet plaats zijn voor de functies wonen, werken en recreëren.
Toekomstvaste plannen
In Noord-Brabant concurreren rood, grijs, groen en blauw sterk met elkaar. Dan hebben we het over woonlocaties, het agrarisch en recreatief gebied en het watergebied. Noord-Brabant kent geen duurzaam toekomstperspectief, waarbinnen de verdeling van ruimte, prioriteiten en ontwikkeling worden aangegeven. Lokale overheden gaan hun eigen gang en laten zich veelal leiden door een korte termijn strategie. Daarbij stellen zij zich tevreden met betrekking tot hun huidige behoeften. Dat is weinig toekomstvast. Veel gemeentes hebben hun eigen bedrijfslocaties en zijn op de eigen gemeente gefocussed en daardoor niet in staat tot gemeenschappelijke oplossingen te komen. De wegenstructuur rond Eindhoven is hiervan het meest schrijnende voorbeeld.
Concentratie glastuinbouw in West-Brabant
D66 is nooit voorstander geweest van het stimuleren van de overloop
van glastuinbouwbedrijven van het Westland naar Noord-Brabant. Andere
partijen hebben toegestaan dat de provincie zich heeft verplicht om
ruimte te bieden t.b.v. 250 hectare glas voor het Westlandse
bedrijfsleven. D66 vindt dat deze ruimte op een grootschalige locatie
goed ingepast moet worden in het landschap, vrij van lichthinder. De
locatie Dinteloord is slechts acceptabel als een vernieuwende en
duurzame opzet wordt gehanteerd die niet ten koste gaat van de
leefbaarheid in het gebied. Er zal dus meerwaarde moeten worden
gecreëerd! De glastuinbouw is in heel Noord-Brabant aan
schaalvergroting onderhevig. In de tuinbouwsector is schaalvergroting
om economische redenen onontkoombaar met onstuitbare uitbreiding als
gevolg. D66 is tegen de uitbreiding van verspreide
glastuinbouwbedrijven met meer dan drie hectare. Kassen in de nabijheid
van natuurgebieden moeten worden verplaatst, zonodig met provinciale
gelden. D66 stoort zich aan sommige vormen van teeltondersteunende
voorzieningen, zoals plastic koepels. Er is nu nog sprake van teveel
gespreid particulier initiatief. Dit heeft tot gevolg dat overal in
Noord-Brabant de glastuinbouwcomplexen verder groeien en teveel het
landschap ontsieren. Het is verder nog de vraag of Brabant op lange
termijn met haar grondprijzen kan concurreren met regio’s uit Midden-
en Oost-Europa of zelfs Noord-Nederland.
D66 vindt dat er een
duurzaam strategisch plan voor het glastuinbouwcomplex moet komen
waarin goede afspraken worden gemaakt die gehandhaafd moeten worden.
Geen verdere uitbreiding intensieve veehouderij
Noord-Brabant kent veel intensieve veehouderijbedrijven. De laatste
jaren is hard gewerkt aan de revitalisering van landelijk gebied, de
ontwikkeling van duurzame landbouw en ruimtelijke
ontwikkelingen.
Opvallend is dat als gevolg van de economische opleving, bedrijven meer
dan toegestaan uitbreiden. Ondernemers willen groeien om via
schaalvergroting het rendement te vergroten. Doordat de handhaving van
gemaakte afspraken over schaalgrootte niet snel genoeg verloopt is het
lastig om richting te geven aan de nieuwe gewenste situatie. Eerder
heeft Noord-Brabant de intensieve veehouderij onder controle willen
krijgen en houden. De herstructurering heeft een stevige bijdrage
hieraan geleverd. Nu lijkt het erop dat het economisch rendement van de
varkenssector zo hoog is dat ongebreidelde uitbreiding weer plaatsvindt
alsof Noord-Brabant daar ruimte genoeg voor heeft. Door de
ongebreidelde uitbreiding van de varkensstallen komt de leefruimte voor
de Brabanders onder druk te staan. Er zou gedacht kunnen worden aan
‘varkensflats’ op agrarische terreinen. Voor alle agrarische
ontwikkelingen dienen heldere economische plannen te worden ontwikkeld
zonder verborgen agenda’s, belangen en subsidies. Zeker ook voor de
zeer lange termijn moet helder zijn hoe onze leef-, land-, en
recreatiebalans eruit ziet. Dit betekent vooralsnog:
> stop op verdere uitbreiding intensieve veehouderij (schaalgrootte);
> quotum op aantallen varkens;
> handhaving van eerder gemaakte afspraken op dit terrein;
>
beschouwing van vele vormen van intensieve veehouderij als een soort
industrieel bedrijf en niet als een grondgebonden activiteit.
> reconstructie van het buitengebied verder doorvoeren.
D66
steunt de reconstructieplannen van de provincie. Zij moeten zorgen dat
de kwaliteit van het buitengebied langzamerhand weer toeneemt.
Intensieve veehouderij mag slechts op een beperkt aantal locaties een
plek krijgen. Extra aandacht is nodig voor een goede inpassing van deze
bedrijven in het landschap, bij voorkeur op agrarische
bedrijventerreinen. Agrarische bedrijventerreinen zijn in Brabant nog
niet gerealiseerd. D66 wil dit bevorderen vanuit de gedachte dat veel
agrarische activiteiten (intensieve veeteelt, champignonteelt, etc.)
feitelijk gelijk zijn aan industriële bedrijven en dus thuis horen op
een specifiek terrein. Agrarische bedrijventerreinen moeten omzoomd
worden door een groengordel en liggen dicht bij het hoofdwegennet. De
luchtverontreiniging van deze bedrijven moet met de meest moderne
middelen aangepakt worden.
Duurzame bedrijfsterreinen
Noord-Brabant onderscheidt zich van de andere provincies door een
sterke economische groei. Los van de grote bedrijfsterreinen zijn veel
gemeentes doende de eigen ondernemers meer ruimte te geven en de lokale
bedrijfsterreinen uit te breiden. Zo zien we overal in
Noord-Brabant
bedrijfsgebouwen verrijzen aan de randen van dorpen en langs
autosnelwegen. Het onderzoek ‘Verrommeling van Noord-Brabant’ leert dat
Brabanders vaak negatief oordelen over deze bedrijfslocaties, die
weinig bijdragen aan het mooie en eigene van het Brabants landschap. Er
ontstaan bedrijfsmuren langs wegen in plaats van een mooi landelijk
uitzicht. Gemeentes lijken veel ruimte te geven aan deze vormen van
‘lintbebouwing’ in het landschap. In bedrijventerreinen van de toekomst
worden bedrijven gestimuleerd om duurzaam te produceren (hergebruik van
afvalstromen), is het vervoer multimodaal en worden licht en
geluidhinder beperkt. Duurzame bedrijventerreinen zijn niet zichtbaar
maar omzoomd met groen. Brabant moet af van zijn imago als stapelplaats
van goedkope bedrijfshallen voor opslag en distributie.
Het
bedrijventerrein Moerdijkse Hoek is slechts acceptabel als deze een
duurzame bedrijfsontwikkeling daadwerkelijk stimuleert. De door
Gedeputeerde Staten ingeschatte omvang is niet acceptabel voor D66; het
moet gaan om relatief beperkte toevoegingen aan het bestaande terrein
Moerdijk onder stringente voorwaarden.
Veel toekomstig kenniswerk
kan en zal thuis gebeuren. Innovatieve ontwikkelingen maken telewerken
aanzienlijk aantrekkelijker. Het verhoogt niet alleen de
werkomstandigheden (grotere flexibiliteit, eigen tempo en ritme), het
helpt ook het milieu te ontlasten. De
woningbouw zal versneld
rekening moeten houden met thuiswerkruimten en dus voor de langere
termijn moeten inschatten hoeveel thuis- en bedrijfsruimtes we nodig
hebben. De woningbouw zal in de toekomst rekening dienen te houden met
woningen die voldoen aan een moderne kennisomgeving.
Acties:
- ontwikkelen van een structuurvisie ruimtelijke ordening;
- starten van een brede discussie in Noord-Brabant over het toekomstperspectief (inclusief consequenties voor streekplan en reconstructieplannen) en nader uitwerken naar de diverse regio’s;
- ontwikkelen van een visiedocument voor duurzame bedrijfsterreinen;
- versterken van de samenwerking op duurzame bedrijventerreinen, waardoor bedrijven bijvoorbeeld gebruik maken van elkaars reststromen




word lid