verkiezingsprogramma - noord-brabant innovatieve topregio
Voor de positionering van een topregio is verdere ontwikkeling en versterking van de kenniseconomie in Noord-Brabant onmisbaar. Daarmee concurreert Noord-Brabant met andere Euregio’s. Het gaat om het aantrekken van bedrijven en kenniswerkers. Dat moet de gemeenschappelijke inspanning worden van provincie en gemeentes. De schaal waarop Noord-Brabant nu opereert is te klein om effectief te kunnen concurreren. Er is sprake van een hevige concurrentie om het ‘Europese geld’ naar zich toe te trekken. Noord-Brabant biedt vele mogelijkheden, maar om te kunnen wedijveren met andere Euregio’s is nauwe samenwerking binnen en buiten Noord-Brabant van wezenlijk belang.
Verhogen van vakmanschap
Vooral de maakindustrie staat onder druk als gevolg van een
toenemend tekort aan vakmensen. Het vmbo en het mbo voorzien daar te
weinig in. Het beroepsonderwijs als zodanig kampt met een slecht imago.
De genoemde maakindustrie heeft veel vakmanschap nodig en het aanbod
van vakmensen staat onder druk. Er zal breed en op grote schaal
communicatief aan dit negatieve imago dienen te worden gewerkt. Inzet
van computertoepassingen zoals games kunnen scholengemeenschappen
helpen de animo voor technische beroepen en vakmanschap te verhogen.
Aan de instroom van leerlingen in deze onderwijssector zal hard gewerkt
moeten worden.
Nieuwe creatieve initiatieven mag men ook van
de provincie verwachten. Allochtonen kiezen eerder voor een ‘witte
boord’ baan dan voor vakmanschap. Het is van levensbelang voor
Noord-Brabant dat op het terrein van technische scholing meters worden
gemaakt. Er zijn succesverhalen waar onderwijs en bedrijfsleven -lees
MKB- elkaar op een zeer vruchtbare wijze weten te ontmoeten. Die
successen dienen navolging te krijgen. De provincie kan ‘scoren’ door
hier een bemiddelende functie in te spelen of te
stimuleren/ondersteunen.
Vmbo-onderwijs kansrijk
De provincie kan een stimulerende functie krijgen, zeker voor de
kleine gemeenten die, deels beperkt door budgettaire omstandigheden,
graag meer aandacht zouden willen geven aan een kansrijk
vmbo-onderwijs. Er zou een sterke uitwisseling van best-practices
moeten
plaatsvinden. Nu wordt teveel vanuit het perspectief van individuele scholen gekeken.
Veel
jonge vakmensen in opleiding blijken niet aan stageplaatsen te kunnen
komen Dit zet een druk op het daadwerkelijk behalen van het vakdiploma.
Het aantal jongeren dat zonder diploma/ startkwalificatie de school
verlaat, blijft erg hoog. Brabant moet aantrekkelijk zijn en blijven om
er een vak te leren, te werken en te wonen. Dit geldt voor het vmbo,
het mbo, het hbo en de universiteit. Ervaring leert dat op alle niveaus
discrepanties zijn ontstaan: stageplaatsen, banen en starterswoningen.
Het
vmbo, het mbo, het hbo en de universiteiten zijn sterk regiogebonden.
D66 is een groot voorstander van regionale uitwerking van plannen,
waarbij goed samengewerkt wordt met soortgelijke regio’s elders in
Europa. Een voorbeeld kan worden genomen aan andere Europese regio’s
waar onderwijs en bedrijfsleven beter samenwerken. In Brussel is men
sterk geïnteresseerd in deze vorm van samenwerking.
Versterkte aandacht voor innovatie in Europees perspectief
Een ‘Topregio’ worden is alleen mogelijk binnen Europees
perspectief. Noord-Brabant zal de successen van Europese samenwerking
voor de Noord-Brabantse economie meer expliciet moeten communiceren. Er
zal veel geïnvesteerd dienen te worden in uitwisseling van kennis,
ervaringen en producten. De banden met Leuven en Aken moeten verder
aangehaald worden. Tot nu toe hebben de drie genoemde gebieden bezoeken
over en weer gebracht maar er is nog weinig economische ontwikkeling
uit voortgekomen. In ieder geval is er geen verslag gedaan over wat de
samenwerking heeft opgeleverd. Het wordt tijd om eens resultaten te
laten zien!
Voor de duurzaamheid van de innovatie zal
schaalvergroting op het gebied van samenwerking plaats moeten vinden.
Het lijkt erop dat de ingrediënten voor de ontwikkeling tot topregio
bij bedrijven, overheid en onderwijs aanwezig zijn. Er zal echter op
veel grotere schaal geïnvesteerd dienen te worden in innovatie met een
sterk streven naar resultaat. De provincie zal een keuze moeten maken
uit de topitems.
Om zo’n topregio blijvend een rol te laten
spelen zal er jaarlijks meer dan 500 miljoen moeten worden
geïnvesteerd. Daarbij nemen we de ervaringen bij het IMEC Leuven als
voorbeeld. Hieruit blijkt dat langdurig investeren loont. Alleen een
langdurige investering in de regio Zuidoost zal deze regio uiteindelijk
concurrerend maken met andere Euregio’s. Immers dát is het toekomstig
concurrentiemodel. Niet de landelijke concurrentie van regio’s. Sterke
bundeling van de krachten met Leuven en Aken maakt een geldstroom naar
deze topregio interessanter voor regionale, centrale en Europese
overheden.
Acties:
- een duurzaam plan ontwikkelen voor de topregio zuidoost;
- extra investeren in starterswoningen voor kenniswerkers, Hightech Campus en andere innovatiecentra in Noord-Brabant;
- een continue geldstroom instellen waarbij vooraf de afspraak gemaakt wordt wat uitgevoerd gaat worden tijdens een bepaalde periode;
- extra geld beschikbaar stellen voor de ontwikkeling kenniscentra MKB, regionaal gericht op het uitwisselen van ervaringen;
- de ambachtsschool opnieuw invoeren;
- een extra campagne houden met als doel een hogere waardering voor het vakmanschap;
- games voor scholengemeenschappen inzetten om imago vakmanschap te verbeteren;
- omroep Brabant als medium gebruiken voor imagoverbetering en versterking van de waardering van Noord-Brabant als innovatieve topregio;
- examens minder taalafhankelijk maken.




word lid